Arnes ouders zijn vorig jaar op reis verongelukt. Hij voelt zich schuldig en kan hun dood niet van zich afzetten, hoe lief en begripvol zijn pleegouders en -zus ook zijn. Na een mislukte zelfmoordpoging van Arne reist het gezin naar Ierland. Arne wil terug naar de plaats waar hij zijn ouders verloor: het rotseiland Skellig. Zijn pleegouders hopen dat de reis de pijn zal verzachten, maar Arnes rugzak zit vol stenen. Als ze op Skellig zijn, laat zijn pleeggezin hem geen minuut alleen. 's Nachts keert Arne stiekem terug met een roeibootje. Op de top van de rots gooit hij de stenen een voor een het water in. Eindelijk kan hij afscheid nemen van zijn ouders.
Net als in zijn titels is Geleyns verhaal bondig: twintig korte hoofdstukken met stevig gebalde zinnen, geen woord te veel. Op het eerste gezicht lijk je weinig te weten te komen van Arne. Maar het is net door het beschrijven van zijn omgeving, dromen en observaties dat je dichter in zijn hoofd kruipt. Geleyn hanteert het soort suggestieve afstandelijkheid dat zo eigen is aan een puber. Dat zorgt voor een aparte, maar boeiende schrijfstijl.
Ik val van Frank Geleyn is een somber verhaal over verlies en zelfmoord, waarin meer wordt gesuggereerd dan gezegd.
Dit is een intrigerend en emotioneel relaas van de verwerking van het wegvallen van de ouders. (...) De donkere sfeer laat de lezer niet onberoerd, je voelt de druk die de plaats des onheils teweeg brengt. De auteur tracht op een indringende manier de evolutie in Arnes gedachtegang te beschrijven en sleurt de lezer mee naar een dramatische ontknoping.
De auteur is erin geslaagd de koppige wil om te sterven van een jongere met zelfmoordneigingen weer te geven, alsmede de machteloosheid van de omgeving (de leden van Arne's pleeggezin die ook hun eigen problemen hebben). Het grimmige eiland Skellig is een goed decor voor een dergelijk verhaal.
Handig hulpmiddel om rond de jeugdroman 'Ik val' en/of rond zelfmoord te werken in de klas. Deze lesmap hoort thuis in een reeks lesmappen die aansluiten bij de jeugdboeken 'Ik val', 'De Vesuvius en ik' en 'Kampioen' van Frank Geleyn (zie schema hieronder). Alle lesmappen zijn aangepast aan de recentste leerplannen en aan de nieuwste visie op werken met literatuur. Elke map kan afzonderlijk of serieel gebruikt worden. Voor de lesmappen zijn de auteurs altijd vertrokken vanuit eenzelfde algemeen kader of sjabloon dat ze vervolgens boekgerelateerd ingevuld hebben. De vaardigheden (schrijven, lezen, spreken, luisteren en kijken) komen eerst aan bod via allerlei opdrachten en werkvormen. Daarna geven de auteurs een aanloop tot literair lezen (voor de eerste graad) of gaan ze effectief over tot literair lezen (voor de tweede graad). Vervolgens komt een reeks lesactiviteiten die je onder de noemer taalbeschouwing kunt plaatsen. Ten slotte geven ze een aantal ideeën om via de belangrijkste thema's een verband te leggen met andere vakken zoals P.O., aardrijkskunde en/of toerisme, Engels, muziek, geschiedenis, godsdienst of zedenleer, enz. Zo kan de leerkracht - meestal via allerlei projecten - vakoverschrijdend werken en ook heel wat vakoverschrijdende eindtermen realiseren uit de rubrieken opvoeden tot burgerzin (over maatschappelijke diensten bij 'Ik val' en 'De Vesuvius en ik'), gezondheidseducatie (alle boeken) en muzisch-creatieve vorming (alle boeken). Achteraan in de map is ook een antwoordsleutel beschikbaar met extra tips. Voor alle duidelijkheid: het is zeker niet de bedoeling dat je de lesmap lineair afwerkt, maar wel dat je een verantwoorde keuze maakt en creatief met de opdrachten omspringt, waarbij je rekening houdt met je klasgroep, de beschikbare tijd, de mogelijkheid om met collega's samen te werken, enz. Over de schooljaren heen kun je misschien met de leerkrachten Nederlands en/of andere collega's complementaire keuzes maken. Er zijn opdrachten gemaakt voor persoonlijk werk thuis, maar ook voor verwerking in klas.